Anne-Gine Goemans (1971) woont met haar man en drie kinderen in Spaarndam. Glijvlucht is haar tweede roman. Anne-Gine over haar drijfveren: Liefde, vriendschap, dromen en de drang om er het beste van te maken

Glijvlucht had ik nooit geschreven als ik niet van de stad naar een dorpje was verhuisd. Grote romantiek. Overal ganzen, meerkoeten en paling. We kregen drie kinderen in ons dijkhuis. Voor het eerst werd ik me bewust van het landschap en wat dat met je doet. Ik werd geïntrigeerd door de grond waarop we wonen. Opeens begreep ik waarom de Amerikaanse schrijfster Annie Proulx als geen ander personages weet te treffen in haar boeken. Voordat Proulx tot een verhaal komt, dompelt ze zich onder in een gebied. Ze eet als het ware de grond. Pas als een landschap door haar aderen stroomt, creëert ze personages.
Mijn fascinatie voor grond en de mensen die daaruit voortkomen, resulteerde vier jaar geleden in mijn debuutroman Ziekzoekers, waarvoor de oude Bollenstreek als decor diende.
Voor Glijvlucht heb ik me wederom laten inspireren door mijn omgeving. Het lieflijke Spaarndam verloor in één dag zijn onschuld toen acht jaar geleden een vliegroute boven het dorp werd geopend: de beruchte Polderbaan. Alsof er een luchtaanval op ons werd geopend.
We gingen de strijd aan vanuit de gedachte: als je iets wat goed is wil behouden, moet je er moeite voor doen. Tegelijkertijd volgde ik het proces als informatiebron voor mijn boek. Ik deed onderzoek, ging naar demonstraties en bijeenkomsten. Ik sprak met bewoners die pal naast landingsbanen wonen. Zoals de kettingrokende dame die
de stank van kerosine voor lief nam. Het enige wat haar dwarszat, was of de piloten haar konden zien als ze naakt voor het slaapkamerraam stond.’

Op ontdekkingsreis
‘Het resultaat van mijn fascinatie voor het gebied en mijn betrokkenheid bij de omgeving, is Glijvlucht. Een verhaal over de veertienjarige Gieles die samen met zijn vader, oom en een koppel ganzen naast een landingsbaan woont. Terwijl bijna iedereen om hen heen is vertrokken, probeert Gieles de liefde van zijn afwezige moeder te winnen. Naast het verhaal over Gieles loopt een historische verhaallijn. Ik raakte tijdens mijn research geïnteresseerd in het verleden van de Haarlemmermeer. Nog geen 160 jaar geleden legden duizenden mannen en vrouwen het meer droog. Ik las over deze polderwerkers, die met bosjes stierven aan malaria, tyfus, tering of gewoon dood neervielen. Mijn personages Ide en Sophia Warrens vertellen deze geschiedenis.
In Glijvlucht komen de levens van Ide en Sophia voort uit de pen van Super Waling. Een goeiige dikzak in een scootmobiel die bevriend raakt met de hoofdpersoon, Gieles. Hoewel de man vele jaren ouder is dan Gieles ontstaat er een bijzondere vriendschap. De wereld heeft de dikke man uitgekotst, maar de jongen wijst hem niet af. En in Super Waling vindt Gieles voor het eerst een volwassene die naar hem luistert. Samen gaan ze op ontdekkingsreis door de polder.
Natuurlijk hoop ik dat mensen door het lezen van Glijvlucht zich meer bewust worden van hun omgeving. En dat ze ook vaker beseffen een keuze te hebben: Nederland hóéft niet te verdwijnen onder een laag asfalt. Maar ik schrijf niet om een boodschap over te brengen. Glijvlucht gaat bovenal over liefde, vriendschap, dromen en de drang om er het beste van te maken. Ongeacht de plaats en de omstandigheden.’

Uitgeverij de Geus